IN HET ZONNETJE – Arnold van der Valk

Tuinleven na gedane arbeid

Op 1 november 2016 is het gedaan, mijn werk als hoogleraar landgebruiksplanning aan Wageningen Universiteit houdt op, ik ben gepensioneerd. Het voelt als een zegen en een vloek tegelijk. Aan de positieve kant staat: dit is het einde van de vier uren durende dagelijkse pendel per trein en per fiets van Amsterdam naar Wageningen. Allereerst voelt het als bevrijding van de bureaucratische ‘terreur’ van tijdschrijven, acquisitie en managementvergaderingen. Mijn angst is dat de balans na enkele weken zal doorslaan naar de negatieve kant. Ik mis enorm het voorrecht om onderwijs te mogen geven aan de studenten van de studierichting landschapsarchitectuur en planning over voedselbeleid en stadslandbouw. De gesprekken met collega’s over het gebruik van open ruimte in Amsterdam, over de noodzaak van een voedselraad en voedseldemocratie, de lobby met studenten bij het college van bestuur voor de aanleg van een voedseltuin op de campus van de universiteit – het is allemaal voorbij. Wat nu?

Een lichte paniek maakt zich van mij meester op het moment dat ik me realiseer dat twintig jaar wetenschapsbeoefening mijn Amsterdamse kring van intimi heeft gereduceerd tot twee personen; te weten mijn vrouw en mijn volwassen zoon. Weliswaar heb ik een aanbod op zak om mijn proefschrift uit 1989 over de stadsuitbreiding van Amsterdam in de negentiende eeuw te actualiseren en in een Engelstalige handelseditie uit te brengen maar dat neemt de angst voor de leegte niet weg. Het vooruitzicht om nog eens vijf jaar zwijgend in de studieruimte van een archief te mogen doorbrengen, wekt geen enthousiasme op. De oplossing komt, als zo vaak, tijdens een doorwaakt moment in de nacht na het afscheid. Ik herinner mij een bezoek met een aantal studenten enkele maanden voor mijn pensionering aan de Voedseltuin IJplein in Amsterdam en een uitnodiging om te komen werken als vrijwilliger.

De Voedseltuin IJplein opgericht in 2012, ligt op een grasveld tussen een aantal opzichtige witte flatgebouwtjes in Amsterdam-Noord op de plaats van een gedempt havenbekken en een verdwenen scheepswerf aan de rivier het Y. De tuin ligt tegenover het Centraal Station van Amsterdam op een van de mooiste plekken aan de rivier. De grond is eigendom van de gemeente. De tuin ligt bij de Vogelbuurt waar relatief veel mensen met een laag inkomen en een migratie-achtergrond wonen.

In 2012 op het hoogtepunt van de economische crisis zijn er extra financiële middelen, z.g. Vogelaar-gelden beschikbaar gesteld door de regering voor projecten ter bevordering van de sociale cohesie en verlichting van de armoede. Er waren in die tijd verschillende stichtingen actief die inspelen op de mogelijkheid om buurttuinen aan te leggen, meestal in samenwerking met omwonenden. Zo is het ook gegaan bij de Voedseltuin. De stichting heeft buurtbewoners te hulp geroepen en de gemeente heeft geld verschaft voor de aanleg van een tuin ter grootte van een voetbalveld in de vorm van een L. De tuin heeft een tweeledig doel: een groene ontmoetingsplaats voor buurtbewoners en de verbouw van groenten voor de voedselbank.

In de nacht van 1 op 2 november 2016 verzamel ik moed om mij per e-mail aan te melden als vrijwilliger voor de tuin. Er komt geen antwoord. Waarschijnlijk heeft die prachtige tuin een wachtlijst of ze willen alleen mensen uit de buurt. Ik woon aan de overkant van de rivier bij de grachtengordel. Een vriendin van een Amsterdamse universiteit die mijn verhaal over de tuin aanhoort, raadt me aan nog één poging te wagen en persoonlijk langs te gaan op de laatste dag van het tuinseizoen in de week voor kerstmis. Een gouden tip.

Inauguratie dag Arnold

Tijdens mijn bezoek in de week voor kerstmis tref ik alle vrijwilligers in de kleine kas op de tuin. Er heerst een feestelijke stemming door de Glühwein. Een van de bestuursleden heet mij hartelijk welkom als lid van de tuinvereniging en biedt excuses aan voor het onbeantwoord laten van mijn e-mail. Het gezelschap van overwegend dames is heel blij met de komst van een man, en dan nog wel een echte professor. Op die schemerachtige bijeenkomst in december 2016 bij kaarslicht in de kas neemt mijn leven een nieuwe loop. Het is de start van een bestaan als parttime stadstuinder. Die mensen in de kas zijn mijn nieuwe vrienden met wie ik nu al vier jaar lief en leed deel. De tuin heeft mij persoonlijk tot op heden meer voordeel gebracht dan ik verwachtte op basis van theoretische beschouwingen van collega-onderzoekers over het nut van stadslandbouw.

We produceren jaarlijks meer dan twee honderdvijftig kratten verse biologische groente voor de voedselbank. Check. We zorgen voor een gezonde dagbesteding in de open lucht voor meer dan 50 vrijwilligers. Check. We leren dagelijks over het belang van een gezonde bodem. Check. We hebben een systeem aangelegd voor het opvangen van regenwater. Check. We zijn een soort sportschool voor twintig gepensioneerden. Check. We organiseren enkele malen per jaar culturele events en bijeenkomsten voor 200 buurtbewoners. Check. We ontvangen groepen kinderen van de aangrenzende basisschool en kinderopvang en laten ze kennismaken met planten en insecten. Check. We geven tientallen toeristen en dagjesmensen een gelegenheid om mee te werken in de zomer. Check. We leiden honderden studenten per jaar rond tijdens excursies. Check. We hebben een complex van particuliere tuintjes aangelegd voor mensen van Turkse en Marokkaanse afkomst. Check. We helpen mensen van buitenlandse afkomst die zich aanmelden als vrijwilliger voor de gemeenschapstuin met het leren van de taal. Check. We onderhouden goede contacten met ondernemers in de buurt en leveren hen lokale groente. Check. We onderhouden warme contacten met de gemeente en de woningbouwvereniging over het gebruik van de grond en bergruimte voor werktuigen. Check. Echter, belangrijker voor mij persoonlijk is het feit dat de tuin mij in staat stelt te wortelen in mijn stad; mij vrienden heeft geschonken; mijn fysieke en geestelijk conditie bevordert; mijn kennis over bodems, planten, dieren en mensen heeft vergroot en mijn leven als gepensioneerde zin geeft.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *